website camie

Column – zoektocht naar geluk

December 19, 2012

Een theologische reflectie door Rikko Voorberg – 09-12-2012

Tachtig gelukszoekers zijn neergestreken in mijn achtertuin, een oude betonnen kerk doet dienst als hun woning. Het is een modelletje uit de kluiten gewassen oorlogsbunker naar het hipste ontwerp van lang geleden. De kerkgemeente stierf uit zoals zovelen. Een klimhal overleefde er ook niet. En nu zitten er tachtig gelukszoekers. Ze protesteren omdat hun geluk hen niet gegund wordt. En hun geluk is zo eenvoudig. Ze willen wat jij hebt, wat ik heb. Ze willen een land om te verblijven. Ergens mogen zijn.

Thuisgekomen achter mijn laptop, met een schuin oog op mijn desktop en het prettige gezoem van de espressomachine op de achtergrond, realiseer ik me iets. Ik kan de mensen in de vluchtkerk 1 ding vertellen: Ik heb mijn hele leven al een land om te blijven, een plek om te zijn en je wordt er echt niet per definitie gelukkig van. Er komt een moment dat de Somalier, nu met status en laptop en baan bij PWC op kantoor zich afvraagt: Is er niet iets meer uit dit leven te halen? Misschien moet ik het ze gaan vertellen. Jongens, je wordt niet gelukkig van een status. Maar ik denk niet dat het hen zal overtuigen. Ze zouden namelijk wel gelukkig zijn. Zij. Met een status. Diep, intens. Even.

En dan? Het oude Christendom plaatste een meesterlijke zet op de geluksmarkt. En die meesterzet heet hemel, hiernamaals of Koninkrijk van God. Een concept waar ik een tijdje in geloofde, een poos helemaal niet meer in geloofde en waar ik iets nieuws in heb gevonden. Het is namelijk erg ontspannend als het geluk pas komt na je dood. Het enige dat je er aan kunt bijdragen is de pijp uitgaan. Meer niet. Heerlijk. Eerst verzet je je daartegen natuurlijk en lees je woedend allerlei zelfhulpboekjes om die dan huilend in de prullenbak te smijten. En dan het moment van overgave, het moment van: ok, dan niet. Dat is een mooi moment. Dit leven is een kutleven, prachtig!

Want dit verandert alles. Opeens verwacht je niet meer dat die chagerijnige buurvrouw je groet. En als ze het wel doet, kijk je schuin omhoog met de gedachte: he, weet je zeker dat dit een kutleven is? Verzonken in gedachten, met je handen diep in de zakken, tref je onderin een zakje fisherman friends.. Jemig, die was je al tijden kwijt. En nu net dat je zin had. Het geluk lacht je toe in dit kutleven. En je proeft een voorsmaakje van de hemel, zoals ze dat in bijbels jargon zo mooi zeggen. Verder blijft het leven klote, het echte moet nog komen. Werkelijk een fantastisch concept. Want alles wat niet klote is, is opeens mooi meegenomen.

En of ik nu – zoals ik als kind dacht – naar de hemel ga om in een witte jurk op een wolk liedjes te zingen bij het orgel, of dat er – zoals ik nu geloof – een God hier op aarde orde op zaken komt stellen door korte metten te maken met het kwaad; het idee van een volgend leven bevrijdt dit leven van een hoop ballast. God, wat een ontspanning, wat een rust. En wat valt je dan een hoop zomaar in de schoot. Typisch weer die Bijbel-God, altijd weer een paradoxale oplossing. Lekker.

En die gelukszoekers in de betonnen kerk? Ze vechten voor een plek om te zijn. Geluk gaan ze daar niet vinden, zeker niet in ons landje. Maar een plek om het te proberen, daar heeft iedereen recht op. Ook al helpt het geen zier.