IMG_0799b

‘Vreemde ogen dwingen’ – een schouwspel in drie bedrijven

November 19, 2013

Door Rikko Voorberg  – inleiding drieluik Pavel van Houten

Proloog:

De ogen vanaf de tribune branden op mijn vingers. Ik blader snel door naar de goede bladzij van het missaal. Tussendoor werp ik steels een blik omhoog en kijk recht in twee ogen, die dwars door me heen lijken te kijken. Mijn lippen die ritmisch meedeinen op de overbekende liturgie vertragen en ik wauwel nog wat in slowmotion. Dit is niet meer tussen mij en de priester, dit is niet meer tussen mij en mijn broeders en zusters. Er zijn ogen boven, vreemde ogen. Ogen die dingen dwingen.

In de weken van de Tribune in de Vredeskerk keken drie paar ogen omstebeurt naar de bogen van kerk, de gewoontes van het volk, naar het wiegend wierookvat en het fijne spinrag in de hoeken en gaten van dit godsgrote gebouw, de Vredeskerk. De bezoekers worden bekeken, de kerkgang gevolgd. Niet alleen meer door de door de kerkganger bevroedde ogen van God, maar ook door de heel fysieke ogen van drie bijzondere onkerkelijke kunstenaars. Welkom in de kerk, nieuwsgierige ogen, kunstenaars van de Tribune. Welkom in het heilige, welkom bij ons – al vrezen we je vreemde ogen.

 

EERSTE BEDRIJF: DE GODSGROTE BERG

_Y3J8939

Mathilde zag het meteen. Een bastion als een berg, begroeid van buiten en bezwangerd van binnen. Bezwangerd van het heilige dat dagelijks vele malen wordt geboren, gebroken, verdeeld en verteerd. Zij zag dat we ons geloof hebben ommuurd met dikke wanden van gebogen steen. Een cocon voor onze beleving. Daarbinnen is het veilig, daarbinnen is het heilig. God heeft zijn intrek genomen in onze knusse gebouwen en hij ruikt naar wierook, klinkt als een klok en zingt als een orgel met schorre oude-mensen stemmen. Na de dienst smaakt hij als koffie en voelt hij als een warm bad van gezelligheid op een stille ochtend in de stad. Buiten vervluchtigt hij in de open lucht. Hij verdwijnt in de tram die verwoed bellend bijna over onze geheiligde tenen rijdt en in de zeikregen die onze gewijde hoofden doet wegduiken in onze kraag. Heel even ruikt het nog naar God. Maar na een paar minuten stevig fietsen is hij echt verdwenen. Gelukkig is er straks weer een zondag of als we zouden willen is er zelfs morgen weer een mis. Dan komen we weer buurten, God. Dan komen we weer aan je knabbelen en proeven, daar ruiken we weer je geur en is het leven even goed.

Wij hebben God een eigen berg gegeven met holen en krochten, met krypten en biechten. Een plek om te schuilen. Een plek om te zijn. Een holenberg waarin godvruchtigen de weg kennen en priesters de lakens uitdelen zodat we ons te ruste kunnen leggen. Een holenberg voor een schepper God die weliswaar almachtig is, maar het liefst in windsels in de armen van zijn moeder ligt. Dat zagen de vrouwenogen van de tribune. Dat zag ze in haar wandeling langs de begroeide buitenmuur en de gewijde binnenmuur. Het is een godsgrote berg met een binnenkant van mysterie. Wij hebben ons geloof ommuurd. We hebben God een spelonk gegeven. Een welriekende bescherming voor onze beleving. Daarbinnen durven we te geloven dat hij daarbuiten is. Dan wel. Daar wel.

 

TWEEDE BEDRIJF: DE VRIENDELIJKE VOGELAAR

IMG_0799

Zij keek niet alleen maar, Sachi staarde. Als een vogelaar in de provincie, een hertenspotter op de Veluwe. Zij keek naar ons, zoals ik vroeger reeën ging kijken met mijn vader, zo tegen een uurtje of zes ’s avonds als de zon onderging. Muisstil zagen wij vanuit een houten optrekje de kudde die een verborgen eigen leven leidde. We wilden dichtbij hen zijn, maar wisten dat ze ons niet zouden kunnen verdragen. Zo bouwde Sachi zich in, zij ommuurde zich met hout. Voor haarzelf en voor ons. Zo keek zij vanaf het balkon en heel langzaam verdween onze kopschuwheid en kon ze zich even mengen in de kudde, in ons aparte ras, ons vreemde volk, onze geheiligde natie, Gode ten eigendom. Zij was een eigenzinnige monnik met oordopjes tegen de oorverdovende stilte. Een stilte die wij hadden gecreëerd voor onze God, een oneindige ruimte voor onze verbeelding, een oneindig mysterie. Maar zij begon te tellen en te rekenen. En wij telden met haar mee. Samen telden we zo de omvang van ons geloof. 143.158 bakstenen rondom. Dat was het. In totaal. Liefdevol in kaart gebracht. Groter is het niet. Kleiner ook niet. Wij lieten haar toe in de kudde en staan nu met een getal in onze handen. We zijn gezien. Groter zijn we niet: 143.158. Kleiner ook niet. Dat scheelt.

 

DERDE BEDRIJF: EEN VERPAKKING VAN LEEGTE

IMG_1453

Een huis voor de stilte, een plek voor de horizon om te wonen. Dat hebben we gezocht en dat heeft Esther gezien. Dat liet zij ons zien.  Wij zagen dat de muren van de stilte opeens stopcontacten bevatten. Langs de wanden waarmee wij de horizon vingen, liepen doodgewone kabels. Zij verpakte onze verpakking, zoals wij dat deden met God. Wij realiseerden dat we de wind hadden proberen in te vangen. Dat we snel de deuren hadden gesloten, toen we haar voelden. Dat we haar niet wilden laten ontsnappen. We begrepen dat we de vuurgloed die we voelden, hadden proberen op te slaan in ons altaar. We hadden het lic

ht gezien en er snel een ruimte omheen gezet. En binnen werd het stil, windstil. Het werd koud en zelfs overdag nog duister. Waar was de wind, de vuurgloed en het licht? Wij bouwden een huis voor onze God en nu is het binnen groot en leeg. Een verpakking voor wat? Het dak houdt frisse regen buiten, de muren dempen de geluiden van de straat en de ramen filteren het licht. Wat hebben we in Gods naam gedaan? Wie gelooft dat deze verpakking iets kan houden? Zij toonde ons onze verpakking, als verpakking.

EXODOS

De kunstenaars hebben hun tekeningen, hun gereedschappen en hun hout weer ingeladen en zijn vertrokken. En daar staan we dan, met een kerk als een holenberg, een mysterie van 143.158 bakstenen en de lege verpakking van een pianokruk. We hebben de vreemde ogen argwanend toegelaten, bang dat ze het heilige zouden ontwijden, becijferen, verpakken en ontbloten. En ja, dat hebben ze gedaan terwijl ze bleven kijken. En terwijl ons mysterie veranderde onder hun handen, bleven de ogen ons dwingen te kijken zoals zij keken. Met aandacht, toewijding en interesse, met de liefde van een kunstenaar – van een niet-vereerder, van een vreemdeling. Als met de ogen van God zelf.

Rikko Voorberg is theoloog en initatior van StroomWest, een ‘niemandsland tussen vrije kunst en oude kerk’. Hij maakt geen onderdeel uit van de Vredeskerk-parochie, maar bezocht de kerk en de Tribune enige malen. Meer van zijn werk is te vinden op StroomWest.nl en Rikko.nl

Tags: , ,